Ik was oude papieren aan het opruimen en kwam mijn beroep op gewetensbezwaren tegen vervulling van de dienstplicht tegen. Hoewel wat pompeus kan ik me gek genoeg nog steeds vinden in de gedachten van in die jonge idealist
Hieronder de motivatie van mijn beroep uit 1987
Hoe zie ik mijn geweten
Jarenlang ben ik op zoek geweest naar het objektieve geweten, dat mij zou vertellen wat goed is en wat slecht. Steeds weer kwam ik tegen dat ik dat zelf moest bepalen. Ik ontdekte dat ik vrij ben om te weten wat goed is en wat slecht. Deze vrijheid schept eigen verantwoordelijkheid. Ik laat mij niet leiden door normen van de kerk of de maatschappij maar door mijn eigen intuïtie.
Ik ben dus zelf verantwoordelijk voor mijn daden. Ik handel en ik moet weten of ik goed handel. Het objektieve onveranderlijke geweten bestaat voor mij dus niet. Mijn geweten betekent voor mij dat ik ieder moment onderzoek of ik op de goede weg ben.
Mijn gewetensbezwaren tegen persoonlijke vervulling van de militaire dienst
In deze maatschappij hebben we geleerd om bang te zijn voor ons onbewuste. Veel mensen geloven dat het onbewuste duistere, slechte dingen bevat die beter maar verborgen kunnen blijven. Ze zijn bang voor “slechte” gedachten, boosheid, agressie. Deze “duistere” zaken worden dan onderdrukt.
Het verwrongen beeld van dit zogenaamd gevaarlijke onbewuste wordt op de onbekende geprojekteerd. Die onbekende is symbolisch voor de onbekendheid met je eigen onbewuste. Je ben dan bang voor de ander. Je ervaart hem als bedreigend en noemt hem vijand. En je hebt niet door dat je feitelijk bang bent voor je eigen onderdrukte agressie. Je eigen agressie is een groot zwart onberekenbaar monster. De angst uit zich dan bijvoorbeeld in rassenhaat of in angst voor de vijand. In het ergste geval lopen de onbeheersbaar geworden emoties zo hoog op dat er geweld ontstaat. Geweld roept dan weer geweld op. Deze neerwaartse spiraal kan alleen door liefde en daaruit voortvloeiende openheid voor het onbekende doorbroken worden.
Onze angst voor de dood, het vergankelijke, maakt dat we de materie overwaarderen. We zien materie als onvergankelijk. Het schrijnende is dat we bijna alleen nog maar wegwerpprodukten kunnen produceren. Omdat materie zo belangrijk voor ons is, willen we er zoveel mogelijk van verzamelen. Vooral geld is een verzamelobjekt geworden. De ekonomie die met mensenlevens verdedigd moet worden (inmenging in de golfoorlog) is een luchtballon. Geld is een doel in zichzelf geworden. De waarde van geld wordt bepaald door ander geld. Geld is niet langer het medium om in onze eerste behoefte te voorzien, néé, onze behoeften worden gemanipuleerd om meer geld te kunnen verzamelen. Deze slaafsheid aan de materiële kant van het leven, deze plastic-ideologie moeten we verdedigen tegen een denkbeeldige vijand. Het kapitaal, het produkt van onze angst te produceren en te verdedigen vergt zoveel verkeerd gerichte inspanning dat het niet meer dan logisch is dat we tegen een gigantisch wereld-voedsel- en energieprobleem aan lopen.
In mijn ogen verdedigt het leger niet onze vrijheid. Het leger is een uiting van ons onvermogen om vrijheid te scheppen. We zijn slaaf van onze angsten. Ware vrijheid bestaat pas dan als we vrij zijn van angsten.
Ieder mens schept zijn eigen werkelijkheid, ik dus ook. Iedere gedachte, iedere daad, iedere emotie heeft een resultaat in de werkelijkheid die wij waarnemen. Hoe intenser de gedachte, de emotie of de daad des te werkelijker wordt het objekt of de gebeurtenis die volgt. Het leger dat uitgaat van geweld, samen met de intense angstgevoelens die de “noodzaak” van het leger voeden, werkt dus niet aan vrede maar juist aan de komst van een nieuwe oorlog.
Daartegenover staat dat gevoelens van vrede en innerlijke rust echte wereldvrede kunnen brengen. Welke keuze je maakt, leven uit angst voor óf openheid jegens het onbekende is een individuele verantwoordlijkheid.
Ik kies ervoor om open te willen zijn voor het onbekende, hoe moeilijk dat soms ook is. Werken in het leger betekent voor mij dat ik meewerk aan de angst voor de onbekende vijand en hiermee geweld oproep. Dit kan ik niet in overeenstemming brengen met mijn individuele verantwoordelijkheid en daaruit voortvloeinde keuze om te werken aan innerlijke en dus ook wereldvrede.
Tot slot
Ik heb een sterke herinnering aan woorden van de voorzitter van de studentenuitwisselingsorganisatie IAESTE, afdeling Opole, Poland, de heer Wojciech Spisak. Hij zei tegen mij: “Ik doe dit werk om mensen uit verschillende landen en kulturen met elkaar in verbinding te stellen, om een internationale vriendenkring op te bouwen. Ik hoop dat dit de vrede en de vriendschap tussen volkeren ten goede komt”. En denk ik, JA! Je heft je wapens niet op tegen diegene die je kent en die je vriend is. Zo klein moet je beginnen. Dat zal als een golf door de landen gaan.
Rob Meerwijk
Utrecht, 23 november 1987

Reacties