Er was vanmorgen veel lawaai om het huis van kraaien. Het duurde even voor het tot ons doordrong.
De kippen in gelukkiger tijden
Overal veren
Toen we naar buiten renden zagen we kraaien wegvliegen en veel veren. Al gauw zagen we een stuiptrekkende kip. Carol riep dat we naar de dierenarts moesten. Ik wou hem uit zijn lijden verlossen, maar dat hoefde niet meer: gebroken nek. Nummer 3 al in een paar maanden. En het zijn echt geen kuikens meer. De hennetjes zijn van eind juni. Twee van de overgebleven drie kippen konden we snel vinden. Nummer drie liet zich nergens zien. Die vonden we pas een uur later, bibberend onder de rozenstruiken.
In de pan
Dan komt de eerste vraag, wat doen we met deze dode kip. Nou, opeten natuurlijk. Dat viel nog niet mee. Als een kip schoonmaken niet je dagelijks werk is, dan ben je daar wel even mee bezig. En het ruikt ook niet fijn, zo’n warm dood beest. Zij ligt nu geplukt en al in de koelkast, morgen op tafel. De eerste twee hennetjes waren opgegeten door vogels. Misschien waren dat ook wel kraaien. Dan kunnen we het beestje beter zelf opeten.
Een haan erbij?
En hoe moet het nu verder, is de volgende vraag. We willen de kippen niet opsluiten, ze moeten wel los kunnen lopen. Maar blijkbaar kan dat bij ons niet. Ze hebben plek genoeg om zich te verstoppen, we hebben allemaal struiken en lage fruitbomen en wilgen waar ze onder kunnen. Dat blijkt niet goed genoeg te zijn, ze lopen toch ook over het gras en zijn dan kwetsbaar. Zullen we een haan erbij nemen of geven we de kippen weg? Dat zijn eigenlijk de alternatieven. Met een haan erbij zouden ze veilig moeten zijn. Maar Barnevelder hanen kunnen ook heel aggressief zijn.

Reacties